Wat meet PISA?

In elke cyclus meet PISA de leesvaardigheid, wiskundige geletterdheid en wetenschappelijke geletterdheid van 15-jarigen.

Per cyclus ligt de focus op één domein en worden de andere domeinen in een mindere mate bevraagd:

  • in PISA 2000 en PISA 2009 lag de focus op het domein leesvaardigheid,
  • in PISA2003 en 2012 stond wiskundige geletterdheid (en probleemoplossend vermogen) centraal en
  • in 2006 en 2015 was wetenschappelijke geletterdheid het hoofddomein.
  • In 2018 zal de focus opnieuw op leesvaardigheid liggen.

Er wordt heel bewust voor de termen ‘vaardigheid’ en ‘geletterdheid’ gekozen om te benadrukken dat het gaat om functionele vaardigheden en kennis die mensen ertoe in staat stellen om actief te functioneren in de maatschappij. De cognitieve bevraging van PISA overschrijdt het loutere kennisniveau: het onderzoekt de mate waarin leerlingen hetgeen ze leerden kunnen toepassen in realiteitsgebonden contexten of, anders geformuleerd, het test de mate waarin leerlingen voorbereid zijn op het leven als volwassene.


Naast het toetsen van competenties met betrekking tot de drie vermelde domeinen, maken ook vragenlijsten deel uit van het PISA-onderzoek.

  • Alle leerlingen vullen een achtergrondvragenlijst in over zichzelf, hun leergewoontes en attitudes en hun school.
  • Ook de directies van de deelnemende scholen vullen een achtergrondvragenlijst in over hun school.

De informatie uit de vragenlijsten wordt gebruikt om verschillen in prestaties te helpen verklaren.




Taalkeuze