PISA2000

Hoofddomein: leesvaardigheid

  • Er zijn wezenlijke verschillen tussen landen voor leesvaardigheid. In Finland en Korea presteren de leerlingen bijvoorbeeld gemiddeld veel beter dan de leerlingen in Brazilië en Mexico.
  • De verschillen in prestatie tussen de leerlingen binnen een land zijn echter nog groter.

De PISA-resultaten suggereren dat de variatie in prestatie tussen de leerlingen groter is in landen waarin leerlingen al vanaf jonge leeftijd in verschillende onderwijsprogramma’s worden ondergebracht. In het Vlaamse secundair onderwijssysteem met verschillende onderwijsvormen en studierichtingen is dat het geval. 

  • Er is een enorm verschil tussen de 10% leerlingen die in staat zijn de moeilijke leestaken uit te voeren en de 6% leerlingen die niet in staat zijn de meest eenvoudige taken uit te voeren.
  • Landen, zoals Finland, die een hoog gemiddeld prestatieniveau combineren met een relatief kleine variatie tussen leerlingen zijn een voorbeeld voor andere landen zoals België waar het onderwijssysteem grote verschillen tussen leerlingen bewerkstelligt.

Wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid

  • We zijn er nog lang niet dat elke leerling in ieder land zowel wiskundig als wetenschappelijk vaardig is, maar in sommige landen slaagt men er alvast in om een hoge gemiddelde prestatie te combineren met een lage variatie tussen leerlingprestaties. 

De rol van familiale achtergrond op de toetsprestaties

  • Uit de resultaten van PISA blijkt dat het verband tussen de familiale achtergrond van een leerling en zijn/haar prestaties verschilt van land tot land.
  • Zowel het beroep van de ouders als bezittingen en culturele activiteiten zijn sterk geassocieerd met prestatie. Het opleidingsniveau van de ouders en de kwaliteit van de communicatie met de kinderen tonen ook een positief verband met prestatie.
  • In sommige landen of regio’s waaronder Vlaanderen is dat verband sterk, maar in andere landen is het minder uitgesproken zoals in Finland.

Genderverschillen

  • In alle landen scoren meisjes significant beter op leesvaardigheid dan jongens. Jongens presteren gemiddeld beter dan meisjes voor wiskundige geletterdheid. De geslachtsverschillen zijn het kleinst voor wetenschappelijke geletterdheid. De grootte van de geslachtsverschillen verschilt van land tot land.

Literacy Skills for the World of Tomorrow: Further Results from PISA 2000.




Taalkeuze