PISA2003

Hoofddomein: wiskundige geletterdheid (en probleemoplossen)

  • Landen kunnen op basis van de PISA-dat ingedeeld worden naargelang de gemiddelde prestatie en de mate van (on)gelijkheid. Sommige landen, zoals Australië, Finland en China, slagen erin een hoge gemiddelde prestatie te combineren met relatief kleine verschillen tussen leerlingen.
  • In het algemeen is er een hoge correlatie tussen de prestaties voor probleemoplossen en de prestaties voor de andere domeinen, in het bijzonder wiskunde.

Leesvaardigheid en wetenschappelijke geletterdheid

  • De gemiddelde prestatie en variatie in prestatie voor leesvaardigheid varieert sterk van land tot land. Het is mogelijk de resultaten van PISA2003 te vergelijken met de resultaten van PISA2000, maar er moet een grote voorzichtigheid aan de dag gelegd worden in de interpretatie van verschillen in prestaties over de tijd. Na 2 cycli uitspraken doen over trends is onmogelijk. 
  • Gemiddeld deden de leerlingen het voor wetenschappelijke geletterdheid in 2003 even goed als in 2000, maar de resultaten liggen meer gespreid. Sommige landen kennen een lichte verbetering, die vaak in de hand wordt gewerkt door de prestatie van hoogpresterende leerlingen. Voor een klein aantal andere landen ging de gemiddelde prestatie voor wetenschappelijke geletterdheid naar beneden, veelal te wijten aan de prestatie van de laagpresterende leerlingen.

De rol van familiale achtergrond op de toetsprestaties

  • Ook in PISA2003 werd expliciet aandacht besteed aan de rol van de socio-economische status van het thuismilieu van een leerling (SES) en zijn/haar prestaties voor wiskunde. IJsland en Hong Kong-China zijn voorbeelden van landen die er in slagen de rol van SES op prestatie te beperken, terwijl de onderwijssystemen in onder andere België, Duitsland en Hongarije gekenmerkt worden door een sterk verband tussen de SES en prestaties. 

Genderverschillen

  • In heel wat landen presteren de jongens beter voor wiskundige geletterdheid. Meisjes presteren in nagenoeg alle landen beter voor leesvaardigheid. De geslachtsverschillen voor wetenschappelijke geletterdheid zijn kleiner dan voor leesvaardigheid of wiskundige geletterdheid. Voor het domein probleemoplossen is er geen uitgesproken verschil waarneembaar.

Attitudes t.o.v. wiskunde

  • Leerlingen die minder angstig zijn presteren beter, onafhankelijk van andere karakteristieken. Angst voor wiskunde en interesse en plezier in wiskunde zijn sterk gecorreleerd met prestatie. 

Learning for Tomorrow's World




Taalkeuze